Artikel 50 van de EU AI-verordening: transparantie vanaf het ontwerp
Artikel 50 geldt sinds 2 augustus 2026. Wat het vereist van aanbieders en gebruiksverantwoordelijken, en waarom een vermelding in de algemene voorwaarden niet volstaat.

Artikel 50 van de AI-verordening is sinds 2 augustus 2026 van toepassing. Het bevat transparantieverplichtingen voor aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van bepaalde AI-systemen, waaronder generatieve en interactieve AI-systemen en deepfakes (Europese Commissie).
De deadline is verstreken. De vraag is dus niet langer of u op tijd klaar zult zijn, maar of het platform dat u vandaag gebruikt de gegevens al vastlegt die nodig zijn om aan deze verplichtingen te voldoen. Zo niet, dan moet u de informatie achteraf toevoegen aan een systeem dat daar oorspronkelijk niet voor is ontworpen.
Hier leest u wat artikel 50 van aanbieders en gebruiksverantwoordelijken verlangt, waarom een vermelding in de algemene voorwaarden niet volstaat en waarom transparantie onderdeel moet zijn van een platform met ingebouwde governance, in plaats van een extra laag die u achteraf toevoegt.
Wat artikel 50 vereist van aanbieders en gebruiksverantwoordelijken
Artikel 50 verdeelt de verplichtingen op basis van de rol die een organisatie vervult: de aanbieder die het AI-systeem bouwt en de gebruiksverantwoordelijke die het systeem inzet.
Aanbieders moeten ervoor zorgen dat AI-systemen die bedoeld zijn om rechtstreeks met mensen te communiceren, zo zijn ontworpen dat mensen weten dat ze met een AI-systeem te maken hebben. Dat hoeft niet als dit in de gegeven omstandigheden al duidelijk is voor een redelijk geïnformeerde, oplettende en omzichtige persoon. Aanbieders van systemen die synthetische audio, afbeeldingen, video of tekst genereren, moeten er bovendien voor zorgen dat de uitvoer, voor zover dat technisch haalbaar is, wordt voorzien van markeringen in een machineleesbaar formaat en herkenbaar is als kunstmatig gegenereerd (Verordening (EU) 2024/1689, art. 50).
Voor systemen die vóór 2 augustus 2026 al op de markt waren gebracht, hebben aanbieders specifiek voor de markeringsverplichting tot 2 december 2026 de tijd (Verordening (EU) 2024/1689, art. 111, lid 4, zoals ingevoegd bij Verordening (EU) 2026/1744).
Volgens de richtsnoeren moeten gebruiksverantwoordelijken mensen informeren wanneer zij worden blootgesteld aan systemen voor emotieherkenning en biometrische categorisering, aan deepfakes en aan teksten over zaken van algemeen belang die zonder menselijke beoordeling of redactionele controle zijn gepubliceerd (Europese Commissie).
De Nederlandse Autoriteit Persoonsgegevens verwoordt hetzelfde principe eenvoudig: vanaf augustus 2026 gelden specifieke transparantieverplichtingen voor systemen die bedoeld zijn om met mensen te communiceren of content te genereren, zoals deepfakes. Mensen moeten weten dat ze te maken hebben met een AI-systeem of met door AI gegenereerde content (Autoriteit Persoonsgegevens).
Welke rol vervult uw organisatie?
Dit is een stap die veel teams overslaan, terwijl juist deze bepaalt welke verplichtingen voor hen gelden.
Gebruikt u binnen uw organisatie het AI-systeem van een andere partij, dan bent u een gebruiksverantwoordelijke. Uw verplichtingen hebben grotendeels te maken met het informeren van de mensen die met het systeem te maken krijgen.
Bouwt u daarentegen zelf een AI-systeem en brengt u dit onder uw eigen naam op de markt of stelt u het in gebruik, dan bent u waarschijnlijk een aanbieder. Dit geldt ook voor agents die uw team bouwt voor intern gebruik of voor contact met klanten. Welke verplichtingen voor u als aanbieder gelden, hangt af van wat het systeem doet. Systemen die bedoeld zijn om rechtstreeks met mensen te communiceren, moeten die mensen hierover informeren, tenzij dit voor een redelijk geïnformeerde, oplettende en omzichtige persoon al duidelijk is. Systemen die synthetische audio, afbeeldingen, video of tekst genereren, hebben daarnaast de zwaardere verplichting om de uitvoer, voor zover technisch haalbaar, machineleesbaar te markeren en herkenbaar te maken als kunstmatig gegenereerd.
Veel organisaties vervullen beide rollen, afhankelijk van het systeem en soms zelfs binnen hetzelfde product. Een interne supportagent die uw team heeft gebouwd en beschikbaar stelt aan klanten, vervult niet vanzelfsprekend dezelfde rol als een tool van een leverancier die u eenvoudigweg inschakelt. Bepalen welke rol voor welk systeem geldt, is de eerste praktische stap. Dit is een juridische beoordeling, geen technische.
Dit onderscheid is belangrijk bij de keuze van een platform. De verplichtingen van een gebruiksverantwoordelijke kunnen grotendeels worden ondersteund door bewijs en duidelijke informatieverstrekking, waarvoor een platform met ingebouwde governance de benodigde gegevens kan helpen vastleggen. De markeringsverplichting van een aanbieder geldt daarentegen voor de uitvoer van het systeem dat u bouwt. Die moet u zelf implementeren. Het platform neemt deze verplichting niet van u over. Als u weet welke rol u vervult, kunt u bepalen welk van deze twee vraagstukken u moet oplossen.
Transparantie moet zichtbaar zijn, niet verstopt in de algemene voorwaarden
Wat betekent dit in de praktijk? De verordening is duidelijk over zowel het moment als de manier waarop informatie moet worden verstrekt. De vereiste informatie moet op een duidelijke en herkenbare manier beschikbaar worden gemaakt, uiterlijk op het moment van de eerste interactie of blootstelling (Verordening (EU) 2024/1689, art. 50, lid 5).
Een Nederlandse juridische toelichting op de deadline voor artikel 50 trekt daaruit een praktische conclusie: een algemene verwijzing naar het gebruik van AI in de algemene voorwaarden of op een website is in principe onvoldoende. Een gebruiker die een bepaling niet tegenkomt tijdens de eerste interactie, is daarmee immers niet op tijd geïnformeerd (HVG Law).
Dezelfde toelichting beschrijft hoe die zichtbaarheid er in de praktijk uit kan zien. Informatie over het gebruik van AI moet duidelijk, zichtbaar en begrijpelijk worden aangeboden, bijvoorbeeld via labels, banners of badges die gedurende de interactie met het AI-systeem zichtbaar blijven (HVG Law).
De richtsnoeren en de juridische toelichting komen op hetzelfde neer: mensen moeten de informatie daadwerkelijk kunnen zien op het moment dat die ertoe doet. Daarnaast moet gegenereerde content een duurzame markering krijgen. Een alinea die ergens staat waar niemand die leest, is niet voldoende.
Transparantie is ingebouwd in een platform met governance
Vanuit technisch oogpunt hebben de verplichtingen één ding gemeen. Het systeem moet duidelijk kunnen maken wat het is en een registratie bijhouden van wat het heeft gedaan. Denk aan een expliciete melding bij de eerste interactie, een machineleesbare markering op gegenereerde content en informatie die mensen daadwerkelijk kunnen zien. Dit zijn eigenschappen van de manier waarop een systeem wordt gebouwd en beheerd, geen documenten die u er achteraf aan toevoegt.
Een platform dat governance in het ontwerp integreert, waarvan de broncode beschikbaar is en dat u zelf host, biedt hiervoor een betere uitgangspositie. Het voldoet daarmee niet automatisch aan alle verplichtingen. Zoals hierboven uitgelegd, moet u de markering van gegenereerde content zelf implementeren. Wel kan het platform het benodigde bewijs en de controleerbaarheid voor de overige verplichtingen al ondersteunen.
- Een audittrail. Wanneer interacties en sessies worden vastgelegd en kunnen worden geëxporteerd, beschikt u over een registratie van wat het systeem heeft gedaan. Dat is het basismateriaal voor een audit, in een vorm die u aan een beoordelaar kunt overhandigen.
- Toegangsbeheer in eigen handen. Uw organisatie beheert de toegangsrechten op basis van de gebruikersidentiteiten en rollen die u zelf beheert.
Uitvoering in uw eigen omgeving. Wanneer het platform draait op infrastructuur waarover u controle hebt en uw team de broncode kan inzien, kunt u precies nagaan hoe het systeem werkt en dit ook aantonen. U hoeft er niet blind op te vertrouwen dat een gesloten systeem het werk correct heeft uitgevoerd.
Dit alles maakt een implementatie op zichzelf niet compliant. Of een bepaald systeem aan artikel 50 voldoet, moet juridisch worden beoordeeld door uw eigen juridisch adviseur. Het punt is specifieker en praktischer: het is veel eenvoudiger om aan een transparantieverplichting te voldoen wanneer transparantie al onderdeel is van de werking van het platform. Bij governance by design wordt de registratie vastgelegd omdat het systeem is ontworpen om die te produceren.
Nu de deadline is verstreken, is dat verschil niet langer theoretisch. Teams waarvan het platform de benodigde gegevens al vastlegt, kunnen vragen beantwoorden met bestaande registraties. Teams waarvan het platform dat niet doet, moeten achteraf bewijs reconstrueren uit logbestanden die nooit bedoeld waren om als bewijsmateriaal te dienen.
Lees meer over implementaties met governance en zelfhosting in Wat is sovereign AI?.
Bronnen
Bronnen: Europese Commissie, richtsnoeren over transparantieverplichtingen voor aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van bepaalde AI-systemen (aangekondigd op 20 juli 2026; pagina voor het laatst bijgewerkt op 6 augustus 2026; Engelstalige primaire bron). Autoriteit Persoonsgegevens, themapagina over de AI-verordening (Nederlandse toezichthouder; actuele nieuwsberichten van 31 en 15 juli 2026). HVG Law, 'AI Act implementatie: transparantieverplichtingen vanaf 2 augustus 2026' (Nederlands; gepubliceerd op 28 juli 2026, bijgewerkt op 31 juli 2026, door Emelie Wesselink). De regelgeving is gebaseerd op Verordening (EU) 2024/1689, artikel 50 en artikel 111, lid 4, zoals ingevoegd bij Verordening (EU) 2026/1744. Alle bronnen geraadpleegd op 13 augustus 2026. Dit artikel bevat algemene informatie en is geen juridisch advies.
Vragen & Antwoorden
Wanneer is artikel 50 van de EU AI-verordening van toepassing?
Artikel 50 is sinds 2 augustus 2026 van toepassing. Het bevat transparantieverplichtingen voor aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van bepaalde AI-systemen, waaronder generatieve en interactieve AI-systemen en deepfakes (Europese Commissie).
Wat moet u mensen volgens de EU AI-verordening vertellen over AI?
Aanbieders moeten systemen zo ontwerpen dat mensen duidelijk wordt geïnformeerd wanneer ze rechtstreeks met een AI-systeem communiceren. Ook moeten ze, voor zover technisch haalbaar, machineleesbare markeringen toevoegen zodat door AI gegenereerde of gemanipuleerde content kan worden herkend. Gebruiksverantwoordelijken moeten mensen informeren wanneer zij worden blootgesteld aan deepfakes, systemen voor emotieherkenning en biometrische categorisering, en ongecontroleerde teksten over zaken van algemeen belang (Europese Commissie). De Autoriteit Persoonsgegevens vat het samen: mensen moeten weten dat ze te maken hebben met een AI-systeem of met door AI gegenereerde content (Autoriteit Persoonsgegevens).
Ben ik een aanbieder of een gebruiksverantwoordelijke als ik zelf agents bouw?
Als u een AI-systeem bouwt en het onder uw eigen naam in gebruik stelt, bent u waarschijnlijk een aanbieder. Dit geldt ook voor agents die uw team bouwt voor intern gebruik of voor contact met klanten. Welke verplichtingen voor u gelden, hangt af van de functie van het systeem. Een agent die rechtstreeks met mensen communiceert, moet duidelijk maken dat het om een AI-systeem gaat, tenzij dat al vanzelfsprekend is voor een redelijk geïnformeerde, oplettende en omzichtige persoon. Een agent die synthetische content genereert, moet die content daarnaast, voor zover technisch haalbaar, machineleesbaar markeren. Schakelt u het systeem van een leverancier in, dan bent u een gebruiksverantwoordelijke. Veel organisaties vervullen beide rollen, afhankelijk van het systeem. Welke rol van toepassing is, moet uw eigen juridisch adviseur beoordelen.
Is een vermelding in de algemene voorwaarden voldoende?
In principe niet. De verordening vereist dat informatie op een duidelijke en herkenbare manier wordt verstrekt, uiterlijk bij de eerste interactie of blootstelling (artikel 50, lid 5). Een Nederlandse juridische toelichting concludeert daarom dat een algemene verwijzing in de algemene voorwaarden of op een website onvoldoende is: een gebruiker die de bepaling niet tegenkomt tijdens de eerste interactie, is daarmee niet geïnformeerd. De toelichting noemt duidelijke, zichtbare labels, banners of badges die tijdens de interactie zichtbaar blijven als praktische manier om informatie te verstrekken (HVG Law).
Hoe helpt een zelfgehost platform bij artikel 50?
Een zelfgehost platform maakt uw implementatie niet automatisch compliant en neemt de markeringsverplichting van aanbieders niet van u over. Het verschil zit in de plek waar het bewijs wordt vastgelegd. EpicStaff is een platform met ingebouwde governance, waarvan de broncode beschikbaar is en dat u zelf host. Het draait in uw eigen omgeving en sessies en interacties worden opgeslagen en kunnen worden geëxporteerd. Daardoor blijft de registratie van wat uw AI-systeem heeft gedaan in infrastructuur waarover u controle hebt, in een vorm die u aan een beoordelaar kunt overhandigen. U hoeft die niet eerst op te vragen bij een leverancier.
